De quiz

Alle informatie over DR Congo en Burundi

Euro's voor Vrede heeft speciaal voor handelaren een infokrant over de situatie in DR Congo en Burundi samengesteld. Klik ook op de nuttige links om je verder te verdiepen in het conflict, de regio en de problematiek. 

Belgische invloed

In de Democratische Republiek Congo (DR Congo) en Burundi is het al jaren onrustig. We nemen je mee naar het jaar 1885. DR Congo wordt het privébezit van de Belgische koning Leopold II. Na de Eerste Wereldoorlog wordt Burundi, samen met Rwanda, een mandaatgebied van België. Het Belgische koninkrijk verrijkt zich met Afrikaanse grondstoffen en zetten de verschillen tussen de twee grootste bevolkingsgroepen, de Hutu's en Tutsi's, op scherp. De Tutsi's - veehouders die sinds de 16e eeuw de macht in de regio hebben - krijgen onder het Belgische bewind alle belangrijke ambtelijke functies. De Hutu's - landbouwers en vissers van het Bantu-volk, een van de oudste volken van de regio - worden opnieuw onderworpen aan de macht van de Tutsi's. Deze ongelijke machtsverhouding en de verschillen in levenswijzen zorgen regelmatig voor spanningen tussen de twee groepen.

Ook als DR Congo en Burundi onafhankelijk worden, in 1960 en 1962, blijft het onrustig. Burundi wordt een koninkrijk met Tutsi's aan de macht. Het land krijgt te maken met een periodes van politieke crisis en etnisch geweld. Veel Burundezen moeten vluchten naar de buurlanden. In DR Congo komt in 1965 kolonel Joseph Mobutu door een staatsgreep aan de macht. De dictator weet het land relatief stabiel te houden, maar maakt zich wel schuldig aan grootschalige mensenrechtenschendingen, onderdrukking en corruptie. Het Westen heeft in het begin weinig kritiek op Mobutu; zij ziet vooral mogelijkheden om, met instemming van de dictator, geld te verdienen met het plunderen van grondstoffen uit het land. DR Congo krijgt een grote staatsschuld en de infrastructuur en sociale voorzieningen verslechteren.

De Grote Afrikaanse oorlog

Hutu's en Tutsi's blijven ontevreden over de ongelijke verdeling van land en macht. Het escaleert in oktober 1993 als in Burundi de Hutu-president wordt vermoord. Er ontstaat een bloedige burgeroorlog. Tienduizenden mensen vinden de dood; honderdduizenden vluchten naar Tanzania en DR Congo.

Geweld in Rwanda

Een half jaar later slaat het conflict over naar het buurland Rwanda. Twee vooraanstaande Hutu's, de Rwandese en de nieuwe Burundese president, worden vermoord als hun vliegtuig wordt neergeschoten. Al is het onduidelijk wie de schutters zijn, Hutu's in Rwanda vermoeden dat de Tutsi-minderheid hier achter zit. Opgezweept door haatpropaganda op de radio vermoorden woedende Hutu's in drie maanden tijd zo'n 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's op een gruwelijke manier door het grbruik van kapmessen (machetes). De internationale gemeenschap kijkt passief toe. De Rwandese genocide stopt pas als Tutsi-rebellen de macht in Rwanda weten over te nemen. Twee miljoen Hutu's, ook daders van de genocide, vluchten naar DR Congo, vooral naar de oostelijke provincies Noord- en Zuid-Kivu.

Mobutu raakt de macht kwijt

Vanaf dan is Oost-Congo het toneel van de nasleep van de eerdere tragedies in Burundi en Rwanda.

Burundi en vooral Rwanda willen graag controle hebben over wat er in Oost-Congo gebeurt. Ze willen vooral de Hutu-rebellen uit hun eigen land in Congo houden, zodat ze niet in Burundi en Rwanda voor onrust kunnen zorgen. Congo daarentegen wil natuurlijk de baas zijn in het hele land en is niet blij met de bemoeienis van vooral Rwanda, maar ook Burundi en Uganda.

De gevluchte Hutu's uit Rwanda en Burundi raken bovendien slaags met Congolese Tutsi's. President Mobutu steunt de Hutu's waardoor de Tutsi's zich nog meer bedreigd voelen. In 1997 weten Tutsi's met rebellenleider Laurent-Desire Kabila, met steun van buurlanden Rwanda, Burundi en Uganda, de macht over te nemen van Mobutu. Deze landen zijn blij dat hun bondgenoot, Kabila, de nieuwe president van DR Congo is. Op deze manier hebben ze invloed op wat er in Oost-Congo gebeurt. De landen hebben om dezelfde reden ook troepen in Oost-Congo.

Kabila's vrienden worden vijand

Nu Kabila de nieuwe president is, wil hij de macht over heel DRCongo hebben. Hij is niet meer blij met de aanwezigheid van het Rwandese leger in Oost-Congo. Burundi kampt ondertussen met etnisch geweld in eigen land. Ook vindt Kabila dat zijn buurlanden en bondgenoten geen grondstoffen uit Oost Congo voor eigen winst mogen verkopen. Kabila wil niks meer met zijn buurlanden te maken hebben.

De buurlanden op hun beurt zijn er niet blij mee dat het Oosten van Congo nog steeds het bolwerk van rebellengroepen uit Rwanda, Burundi en Uganda is. Deze rebellen vechten in hun grensgebieden en vormen een gevaar voor de rust in Rwanda, Burundi en Uganda. Ook is het voor hun nadelig dat de baas van DR Congo, Kabila, niet meer hun bondgenoot is. Daarom vallen de Rwandese, Ugandese en Burundese troepen (net als in 1997) in 1998 opnieuw Congo binnen vallen. Vechtte Kabila als rebellenleider nog met de Tutsi's en de buurlanden samen tegen Mobutu en de Hutu-rebellen, nu vecht Kabila als staatshoofd met de Hutu-rebellen tegen de Tutsi's en de buurlanden. Mobutu en Kabila deden als staatshoofd dus hetzelfde: ze vechten voor de macht in Oost-Congo. Het staatshoofd van DR Congo vecht met de Hutu-rebellen, Rwanda steunt de Tutsi's.

Nu DR Congo opnieuw is aangevallen, vecht Kabila terug en wordt gesteund door troepen uit Zimbabwe, Angola, Namibië en Centraal Afrikaanse Republiek. Zo ontstaat een oorlog waar acht landen bij betrokken zijn: de Grote Afrikaanse Oorlog. Al deze landen een dubbele agenda: tijdens de oorlog plunderen ze grote partijen kostbare grondstoffen uit DR Congo. De Grote Afrikaanse Oorlog kost aan meer dan 4 miljoen mensen het leven. In 1999 maakt het akkoord van Lusaka officieel een einde aan de oorlog. In de praktijk zijn er nog regelmatig gevechten tussen rebellengroepen. In Burundi stopt het etnische geweld in 2000, als de akkoorden van Arusha worden ondertekend en de macht tussen de Hutu's en Tutsi's in Burundi wordt verdeeld. 

nieuwe conflicten

In januari 2001 wordt Laurent-Désiré Kabila vermoord. Zijn zoon Joseph Kabila wordt aangewezen als zijn opvolger. Twee jaar later krijgt Congo een speciale regering, onder leiding van de grootse VN-macht ooit, MONUC. Drie jaar later vinden de eerste democratische verkiezingen in het land plaats: Joseph Kabila wordt officieel gekozen als president. De oorlog is officieel voorbij, maar de conflicten over land en grondstoffen nemen weer toe in het oosten van het land. De hulp van ruim 17.000 VN-soldaten is niet genoeg; zij kunnen het gebied zo groot als West-Europa niet volledig bewaken. Oost-Congo komt in handen van gewapende milities. De regering in Kinshasa heeft er nauwelijks meer zeggenschap. Het Congolese leger doet daar weinig tegen, want dat bestaat zelf voor een deel uit ex-rebellen en corrupte legerofficieren. Het leger is dan ook meer een bron van onveiligheid dan van veiligheid. Ondanks afspraken tussen DR Congo en Rwanda voor een gezamenlijke aanpak in 2007, het Nairobi akkoord, bedreigen rebellen nog steeds de veiligheid en stabiliteit in de regio.

Vooral in de provincies Noord- en Zuid-Kivu laaien de conflicten op. Dit vruchtbare gebied, met een ontoegankelijke jungle, is het strijdtoneel van inhalige buurlanden, buitenlandse fortuinzoekers en maffiose rebellengroepen. Op dit moment veroorzaakt de ex-generaal Laurent Nkunda met zijn rebellengroep CNDP er veel onrust. Hij zegt de bedreigde Tutsi's in Noord-Kivu te beschermen tegen de Hutu-rebellen en werft steun onder rijke Tutsi's. Zijn troepen bestaan veelal uit Tutsi's. Hierdoor is deze groep steeds minder geliefd in de regio. Nkunda en zijn mannen vechten tegen het Congolese leger en de VN-macht en maken zich volgens internationale waarnemers schuldig aan verkrachtingen, het werven van kindsoldaten en plunderen van grondstoffen. Ook zijn er veel vermoedens dat Rwanda deze groep steunt.

warlords

Na de onafhankelijkheid is de Congolese regering niet in staat om de bevolking te beschermen. Als een land dit niet kan, noem je dit een ‘failed state'. Ook de grondstoffen van DR Congo kunnen zonder veel moeite illegaal worden gewonnen, zonder dat de Congolese bevolking daarvan profiteert. Tijdens de Grote Afrikaanse Oorlog gebeurt dit op grote schaal door alle betrokken partijen, zoals Rwanda, Uganda, Angola en Zimbabwe.

Nog altijd worden er illegaal grondstoffen gewonnen. Leiders van gewapende groepen, uit binnen- en buitenland en soms afkomstig uit het nationaal leger, verrijken zichzelf met de opbrengst van grondstoffen. Deze leiders worden ook wel ‘warlords' genoemd. Warlords willen zoveel mogelijk land met grondstoffen, bijvoorbeeld goud en diamanten om te verkopen. Om deze gebieden in hun macht te krijgen en te houden, gebruiken ze geweld. Warlords hebben er belang bij dat het conflict voortduurt: het geeft hen macht en rijkdom.

Door het voortduren van het conflict komt de economie maar moeizaam op gang in DR Congo. De kostbare grondstoffen verdwijnen uit het land. DR Congo kan alleen producten exporteren die weinig opleveren. Ondertussen worden de infrastructuur, gezondheidszorg en het onderwijs steeds slechter. De situatie is er voor de gewone Congolees niet beter op geworden. Steeds meer mensen zijn aangewezen op zelfvoorzienende landbouw en de informele sector. Tegelijkertijd ‘vercongoliseert' de illegale handel in grondstoffen: het zijn steeds vaker Congolezen zelf die grondstoffen naar het buitenland smokkelen.

vluchten voor je leven

Door het grootschalige geweld in het Grote Merengebied  zijn er veel mensen van verschillende landen op de vlucht. Veel van hen zoeken veiligheid in een buurland. Zo ontstaan er vluchtelingenstromen tussen landen, een tweerichtingsverkeer. In totaal telt DR Congo ruim 60.000 buitenlandse vluchtelingen. Ook heeft het land binnenlandse vluchtelingen, zo'n 1,4 miljoen. Zij kunnen niet meer in hun eigen woonplaats wonen door het geweld en zijn op de vlucht in hun eigen land. De binnenlandse vluchtelingen wonen vooral in het oosten. Beide mensenstromen noem je ‘gedwongen migratie', omdat mensen niet uit vrije wil hun woonplaats verlaten maar vluchten voor hun leven. Sommige mensen zijn al meerdere keren weggevlucht voor geweld, verkrachting en plundering. 

Geweld tegen vrouwen

In DR Congo, en ook Burundi en Rwanda, worden op grote schaal vrouwen en meisjes verkracht, ook in en rondom de vluchtelingenkampen. Schattingen spreken van 40 vrouwen per dag voor Noord-Kivu. Waarschijnlijk is dit veel meer, omdat veel vrouwen en meisjes geen aangifte doen vanwege het grote taboe dat er op rust. De verkrachtingen verlammen het sociale leven in DR Congo: mannen verlaten hun vrouwen als blijkt dat zij zijn misbruikt; veel vrouwen worden verstoten door hun familie en hun dorp; vaak blijven zij voor altijd alleen achter. In de oorlog waren de daders vooral rebellen en soldaten, nu maken ook burgers zich schuldig maken aan dit soort misdaden.

Kindsoldaten

Een ander groot probleem vormen de kindsoldaten. In Congo alleen zijn er tussen 2003 en 2006 30.000 kindsoldaten gevlucht en bevrijd. Na het Akkoord van Goma tussen strijdende partijen in Oost-Congo in januari 2008 is er meer aandacht voor het probleem van de kindsoldaten. De rekrutering neemt af. Naar schatting zijn er nu nog 3000 kindsoldaten actief. Ondanks het akkoord hebben toch 150.000 mensen in Oost-Congo sinds begin dit jaar weer huis en haard moeten verlaten. Door de vele wapens die na jaren van conflict in het gebied aanwezig zijn, blijft het moeilijk om de vrede te bewaren.

Een nieuwe kans voor Burundi

In Burundi is de rust teruggekeerd. Er is een verdrag met de laatste actieve rebellengroep gesloten en een VN-macht, BINUB, die de Burundese regering helpt het vredesproces ook na het einde van het geweld verder te ontwikkelen. Internationale organisaties hopen dat deze missie verlengd zal worden om zo het wankele evenwicht in het land te bewaren. Veel Burundeze vluchtelingen keren nu terug naar hun vaderland. Dit lijkt een goede ontwikkeling maar het zorgt ook voor problemen. Is hun huis er nog wel? Is hun huis niet ingenomen door nieuwkomers? Sommige vluchtelingen zijn in de kampen geboren en hebben hun vaderland nog nooit gezien. Wat is dan je huis? Het is afwachten of het overbevolkte en arme Burundi de stroom van 330.000 vluchtelingen mensen aankan. Iedereen kijkt met spanning uit naar de verkiezingen van 2010. Als deze naar ieders tevredenheid verlopen maakt het land een goede kans om uit dit dal van geweld te klimmen.

vergeten conflict

Doordat de regio al decennia lang het toneel is van etnische onlusten en zelfverrijkende praktijken, raakt het conflict in de Westerse media buiten beeld. Het conflict is voor veel mensen te ingewikkeld: diverse etnische groepen, nationaliteiten en belangen vallen over elkaar heen. Het beeld van geweld, verkrachtingen en vluchtelingen herhaalt zichzelf. Juist deze herhaling lijkt mensen immuun te maken, waardoor het zijn ‘nieuwswaarde' verliest. Kranten en televisie berichten zelden over het conflict; Congo en Burundi behoren tot de verzameling van ‘vergeten conflicten'.

Tot op de dag van vandaag heeft alleen al het conflict in DR Congo aan 5,4 miljoen mensen het leven gekost. Dat staat gelijk aan een derde van de Nederlandse of de helft van de Belgische bevolking. De onderliggende oorzaken van de problemen zijn nog altijd niet opgelost: de ongelijke verdeling van land en grondstoffen in een overbevolkt gebied gaat nog altijd hand in hand met etnische verschillen. Het geweld kan ieder moment weer oplaaien. De spiraal van geweld, die DR Congo sinds de onafhankelijkheid kent, wordt  een gewoonte om politieke kwesties op te lossen. Niet internationale wetgeving maar de wet van de sterkste geldt in het oosten van Congo. 

 

TIJDLIJN

1960 D.R. Congo wordt onafhankelijk van Belgie
1962 Burundi wordt onafhankelijk van Belgie
1965 Mobutu grijpt de macht in D.R.Congo
1993 Burgeroorlog in Burundi
1994
Genocide in Rwanda
1997
Kabila grijpt de macht in D.R Congo
1998
Grote Afrikaanse Oorlog
1999
Lusaka akkoord eindigt Grote Afrikaanse Oorlog
2000
Arusha akkoord stopt burgeroorlog Burundi
2006 Eerste verkiezingen in D.R. Congo sinds 46 jaar
2010 Verkiezingen in Burundi

WOORDENLIJST


Bodemschatten: ook wel natuurlijke hulpbronnen genoemd. Dit zijn stoffen die van nature in de bodem aanwezig zijn die van economisch nut kunnen zijn.

Centrale staat: het gehele land wordt door de hoofdstad bestuurd. De provincies voeren het beleid van de nationale overheid uit en kunnen dus weinig zelf bepalen.

CNDP: Rebellengroep onder leiding van ex-generaal Laurent Nkunda. Afkorting voor Congrès National pour la Défense du Peuple.

Economisch liberaal beleid: Een land heeft een open economie, waardoor er met het buitenland gehandeld kan worden en er plek is voor buitenlandse bedrijven om zich te vestigen.

Etniciteit: een ethnische groep is een groep mensen die zich door sociale en culturele factoren een groep voelen. Voorbeelden van deze factoren zijn cultuur, geschiedenis, taal, religie en verwantschap.

Federale staat: een land waar provincies of deelstaten een hoge mate van zelfstandigheid hebben.  De nationale regering beslist alleen over zaken die van nationaal belang zijn. De Verenigde Staten worden zo bestuurd.

Identiteit: hoe iemand zichzelf benoemd. In dit geval gaat het om groepsidentiteit.

De ethnische identiteit van een persoon kan een Tutsi zijn terwijl zijn nationale identiteit Burundees is.

Informele sector: Mensen zijn werkzaam in banen die niet geregistreerd zijn. Denk aan mensen op straat die dingen verkopen of schoenen poetsen.

Kabila: Een oud politiek tegenstander van Mobutu. Hij greep in 1997 de macht. Hij werd hierbij geholpen door Rwanda, Burundi en Uganda.

Kolonie: een gebied (meestal overzees) dat door een ander land bestuurd wordt.

Leopold II: De Belgische koning die Congo van 1884 tot 1960 in zijn bezit had.

Mobutu: De kolonel die van 1960 tot 1997 Congo op een dictatoriale manier regeerde.

MONUC: De VN-macht in DR Congo, de grootste VN-macht in de geschiedenis. Afkorting voor Mission de l'Organisation des Nations Unies pour le Congo.

Nationaliteit: staatsburgerschap. Dit geeft aan van welk land je een inwoner bent en een paspoort hebt.

Onafhankelijkheid: een land wordt niet meer door een ander land bestuurd maar bestuurd zichzelf. Andere staten erkennen de onafhankelijkheid van de staat.

ONUB: VN-macht, ONUB, l'Organisation des Nations Unies pour Burundi

Rechtsstaat: een staat waarvan de macht van de overheid gereguleerd en beperkt wordt door het recht en burgers door wetten beschermd worden.

Regime: bestuur van een ondemocratische regering.

Satellietstaten: een in theorie onafhankelijk land dat in de praktijk sterk door een ander land beinvloed wordt.

Staat: een onafhankelijke land dat duidelijke grenzen en een eigen bestuur heeft. Andere staten erkennen deze staat.

Vicieuze cirkel: is een verschijnsel of probleem dat zichzelf in stand houdt.

Zelfvoorzienende landbouw: de opbrengst is bedoeld voor eigen consumptie en niet voor de verkoop.

Etnisch geweld

Etnisch geweld betekent dat er geweld is tussen verschillende etnische groepen. De reden voor dit geweld zijn de verschillen in etniciteit. Een etnische groep is een groep die zichzelf als groep definieert omdat ze een aantal overeenkomsten hebben: taal, religie, cultuur, geschiedenis, woonplaats, bloedbanden. Niet alleen mensen in verre landen hebben een etniciteit, die hebben we in Nederland ook. Etniciteit is niet iets dat vaststaat. Door vermenging met een andere groep kan een nieuwe etniciteit ontstaan. Ook de afsplitsing van een deel van de groep, die zijn eigen gewoontes ontwikkelt kan leiden tot een nieuwe etniciteit. Iemand die geen bloedband heeft met een bepaalde groep maar wel de taal spreekt, religie aanhangt en volgens de cultuur van de groep leeft, kan als lid van deze etnische groep gezien worden.

Machthebbers gebruiken vaak verschillen tussen groepen om deze groepen tegen elkaar op te zetten en zo hun eigen macht te vergroten. Dit gebeurt met religie, maar ook met etniciteit. Leiders maken gebruik van groepsdynamiek. In een conflict tussen 2 groepen zien de leden van een groep de leden van de eigen groep als goed. De leden van de andere groep daarentegen zijn slecht. Vooroordelen spelen hierbij vaak een grote rol.

Rol van het westen

D.R. Congo is een rijk land. De bodemschatten die het land bezit (zie tabel) kunnen het land tot een welvarend land maken. Door oorlog, conflict en inhaligheid heeft het nooit zover mogen komen.

De uitbuiting van Congo begon met de Europese handelaren die, geholpen door Afrikaanse handelaren, slaven uit Congo haalden. Later vormden Congo het persoonlijke wingewest van koning Leopold II. De koloniale machthebbers hebben dan ook een economie achtergelaten die gericht is op de export. In de koloniale tijd werden veel producten geëxporteerd, dit patroon is nauwelijks veranderd. De export is vooral gericht op onverwerkte producten waar weinig mee te verdienen valt. Industriële producten moeten geïmporteerd worden.

Na het koloniale tijdperk zorgen niet alleen binnenlandse strubbelingen zorgen voor de langdurige problemen in Congo. De internationale politiek speelt hier hier zeker een rol in.

Bij de onafhankelijkheid hadden zowel België als de Verenigde Staten een voorkeur voor Kasavubu, met het centrale model (zie onafhankelijkheid). Voor België zou dit een neokoloniale orde betekenen. Dit betekent dat ze officieel geen koloniale macht meer zijn, maar nog wel steeds veel macht kunnen uitoefenen op het land, zeker als het gaat om de economie.

Koude oorlog politiek

De VS waren bang dat met de nationalistische Lumumba een Afrikaans Cuba zou ontstaan. Dit betekende voor de VS minder kans op politieke en economische invloed. Er moest voorkomen worden dat Congo onder de invloed van de Sovjet Unie zou komen.

Lumumba wordt zodanig als bedreiging gezien dat er maar een oplossing is: moord. Wie hem heeft vermoord is onduidelijk maar door het Westen werd dit niet als verlies gezien.

Mobutu daarentegen wordt als een aanvaardbaar staatshoofd gezien. Dit komt vooral doordat men hoopt en verwacht dat hij een economisch liberaal beleid zal voeren. Dit zal het voor westerse ondernemingen mogelijk maken om bodemschatten in Congo te winnen. Tijdens de Koude Oorlog wil het Westen voorkomen dat Congo in anti-westerse handen valt. Mobutu wordt dus gesteund ipv bekritiseerd, ondanks zijn beleid van corruptie. Na het einde van de Koude Oorlog is deze steun en niet-kritische houding ten aanzien van Mobutu voorbij omdat het belang van zijn positie voor het Westen ook verdwenen is.

Staatsschuld

Je zou het misschien niet verwachten maar D.R. Congo is eigenlijk een rijk land. De bodemschatten die het land bezit (zie tabel) kunnen het land tot een welvarend land maken. Door oorlog, conflict en inhaligheid heeft het nooit zover mogen komen.

De uitbuiting van Congo begon met de Europese handelaren die, geholpen door Afrikaanse handelaren, slaven uit Congo haalden. Later vormden Congo het persoonlijke wingewest van koning Leopold II. De koloniale machthebbers hebben dan ook een economie achtergelaten waarbij Congo producten exporteert die weinig opleveren en producten moet importeren die veel kosten.

Ondanks dat het Westen met de komst van Mobutu hoopte op een economisch liberaal beleid (zie rol van het Westen), begon Mobutu in de jaren '70 met een afrikaniseringscampagne. Koloniale plaatsnamen worden veranderd in Afrikaanse namen, en het land gaat Zaire heten. Bedrijven die door niet-Congolesen werden gerund werden overgedragen aan Mobutu-aanhangers. Het gebrek aan kennis bij deze aanhangers om deze bedrijven te runnen deed de economie geen goed. Congo wordt, net als in de tijd van Leopold, een persoonlijk wingewest van het staatshoofd, in dit geval van Mobutu.

De situatie voor de gewone Congolees wordt steeds slechter omdat de infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg steeds slechter wordt. Deze mensen moeten ook steeds meer inleveren doordat er een enorme schuld afbetaald moest worden. Mobutu heeft in de jaren '80 geld geleend om te proberen de economie weer vlot te trekken. Het geld van deze schuld is voornamelijk in de zakken van de machthebbers terecht gekomen. De gewone mensen zijn steeds meer aangewezen op zelfvoorzienende landbouw en de informele sector.

Rwanda

Rwanda vormde tijdens het koloniale tijdperk samen met Burundi Ruanda-Urundi. Dit gebied behoorde eerst tot de Duitsers en na de Eerste Wereldoorlog tot Belgie. Belgie maakte grote winst met de koffie van de Rwandese plantages.

In Rwanda wonen net als in Burundi Hutu's en Tutsi's. Tijdens het koloniale bewind werden ook hier de Tutsi's bevoordeeld t.o.v. de Hutu's. Na de onafhankelijkheid kende Rwanda (wederom net als buurland Burundi) periodes van etnisch geweld (zie ook kopje etnisch geweld).

Niet alleen in Burundi laait het geweld tussen de Hutu's en Tutsi's midden jaren '90 weer op. Ook in Rwanda zijn er problemen die het startpunt worden van het regionale conflict. Rwandese Tutsi's uit Uganda, gevlucht voor eerdere problemen, vallen in 1990 Rwanda binnen en Rwandese Tutsi's uit Rwanda sluiten zich aan. In 1994  wordt, net  als er vrede wordt gesloten, een vliegtuig met daarin de Rwandese en de Burundese president neergeschoten (beide zijn Hutu). De Hutu's reageerde hierop met wat later bekend zou worden als de genoicide van Rwanda. 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's werden in drie maanden tijd door de Hutu's vermoord. De Tutsi's slaan echter terug en nemen de macht in Rwanda over. Als reactie hierop vluchten 2 miljoen Hutu's naar Congo, o.a. naar de provincie Kivu.

akkoorden

Akkoord van Lusaka:

Op 10 juli 1999 werd de Grote Afrikaanse oorlog in Lusaka, Zambia beeindigd. De Zambiaanse president Chiluba speelde een belangrijke rol bij de onderhandelingen. De deelnemende landen maakten met het akkoord afspraken over een staakt-het-vuren, de vrijlating van oorlogsgevangen en de komst van een VN-vredes missie.

Akkoord van Arusha:

De ONUB missie van de VN (zie ook kopje VN-macht) moet ervoor zorgen dat het akkoord van Arusha van 2000 gerespecteerd wordt. Deze afspraken maakten een einde aan het geweld van de jaren '90.

Akkoord van Nairobi:

Gesloten in 2007 in de Keniaanse hoofdstad. De rebellengroepen in het Oosten van Congo vormen nog steeds een probleem. Een van deze groepen is verantwoordelijk geweest voor de genocide in Rwanda midden jaren '90. Deze rebellen willen niet graag terug naar Rwanda. Zij zijn, niet geheel onterecht, bang hier berecht te worden. In het akkoord spraken alle partijen af het internationaal humanitair recht en de mensenrechtenwet te respecteren, met inbegrip van het stopzetten van alle gewelddaden en mishandelingen van de bevolking.

Akkoord van Goma:

Dit akkoord werd in 2008 getekend in de hoofdstad van Kivu en moet een einde maken aan het langdurige geweld in de regio. Soldaten en rebellen moeten ontwapend worden en gereintegreerd worden in de samenleving. Het land moet weer opgebouwd worden om de bevolking een perspectief te kunnen bieden. Ondanks dit akkoord zijn er toch nog veel problemen in de regio. De lokale bevolking is nog steeds op de vlucht voor geweld, kinderen worden nog gerekuteerd als soldaat en de illegale handel in grondstoffen gaat door.

VN-macht

VN-macht: Burundi

In eerste instantie was er in Burundi een missie van de Afrikaanse unie AMIB actief, die o.a. het staakt het vuren moest bewaken. Dit was echter een redelijk zwakke missie en in juni 2004 werd er deze vervangen door een VN missie, ONUB (United Nations Operation in Burundi). Het mandaat van deze missie was wederom het staakt het vuren in stand houden maar ook om onderdelen van het leger en rebellen te ontwapenen en re-integreren, de enorme illegale wapenhandel terug te dringen en de algemene veiligheid in Burundi terug te brengen. 

Later werd deze VN missie afgebouwd en vervangen door een kleinere missie met een nieuwe naam, BINUB (United Nations Integrated Office in Burundi)

geïntegreerd bureau van de VN in Burundi). Deze missie heeft ook een uitgebreid mandaat. BINUB is vooral gericht om langdurige vrede in Burundi te realiseren. Dit betekent dat niet alleen het staakt het vuren bewaakt moet worden maar ook dat de wet gehandhaafd moet worden, er een goed bestuur moet komen en dat er vrijheid voor de media komt. Dit is allemaal nodig om van het land een vreedzame democratie te maken en verder geweld te voorkomen.

Officieel loopt het mandaat van BINUB aan het eind van dit jaar af, maar veel internationale organisaties pleiten ervoor om BINUB te laten bestaan, zeker in deze cruciale fase die Burundi nu meemaakt.

VN-macht: Congo

In 1999 kwam het in Oost-Congo tot een staakt het vuren. Om dit te bewaken stuurde de VN een missie die inmiddels is uitgegroeid tot 17.000 man. Na de komst van de VN-missie MONUC (Mission of the United Nations in the Democratic Republic of Congo) bleef het vechten echter doorgaan. MONUC moet een gebied zo groot als West-Europa bewaken. 17.000 man is hiervoor erg weinig. Dit is dan ook een van de grote problemen van de missie.

Migratie

Migratie betekent dat mensen zich verplaatsen van de ene plek naar de andere. Dit doe je soms dagelijks: je gaat van school, naar de posrtclub en weer naar huis. Bij migratie gaat het erom dat je voor een langere tijd naar een andere plek verhuist. Er zijn vele redenen om te migreren. Het kan zijn dat je weg wilt uit je huidige woonplaats. Dit kan komen door gebrek aan werk, het gure klimaat, onveiligheid of het ontbreken van onderwijs. Dit zijn push-factoren.

Andere redenen zijn pull-factoren, de redenen waarom je graag naar een plek toe wilt. Dit kan zijn dat op deze plek wel werk, onderwijs en veiligheid biedt.

In Congo en Burundi zijn veel gedwongen migranten. Deze mensen migreren niet omdat ze op zoek zijn naar een beter leven, maar omdat ze hun leven niet zeker zijn. Ze moeten vluchten. Dit noem je gedwongen migratie. Onveiligheid is hun pushfactor en veiligheid op hun bestemming is hun pullfactor.

Verkrachtingen

In de infokrant heb je kunnen lezen dat verkrachtingen een groot probleem zijn in vooral Oost-Congo. Voor de vrouwen die slachtoffer zijn betekent de verkrachting een traumatische ervaring.

Helaas zijn dit niet de enige gevolgen.

In de huidige Congolese maatschappij wordt de vrouw aangekeken op het feit dat ze verkracht is.

Sommige mensen en vooral mannen denken dat vrouwen de verkrachter hebben verleid of dat ze de verkrachting zelf heeft gewild.

De mannen van de verkrachtte vrouw kunnen het vaak niet accepteren dat hun vrouw met een ander is geweest, ongeacht wie er verantwoordelijk was. Vele mannen verlaten dan ook hun vrouw. Mannen doen dit ook onder sociale druk. De samenleving verwacht van hem dat hij niet bij een vrouw blijft die met een andere man is geweest. Veel vrouwen durfen door deze sociale druk niet te vertellen dat ze verkracht zijn. Niet alleen haar man staat onder sociale druk, ook de vrouw zal door de gemeenschap met de nek worden aangekeken. Doordat veel vrouwen zwijgen, blijven ze zelf met hun trauma zitten en krijgen hier geen hulp voor.

Veel daders van verkrachtingen lopen vrij rond. De politie heeft te weinig mankracht om het probleem aan te pakken. Ook geeft de politie te weinig prioriteit aan het probleem. Dit komt mede door de manier waarop er tegen verkrachting wordt gedacht: de vrouw heeft de man verleid, mannen hebben zo hun behoeftes, schaamte over het probleem en het taboe dat er op rust.

Door de sociale gevolgen van de verkrachtingen ontwricht het niet alleen de levens van de slachtoffers maar van de samenleving in zijn algemeen.

Afkortingen

CNDP: Congrès national pour la défense du peuple. Rebellengroep van Nkunda

FARDC: Forces Armées de la République Démocratique du Congo. Het nationale leger van D.R. Congo.

FDLR: Democratic Liberation Forces of Rwanda). Deze Hutu-rebellengroep bestaat uit de groep die verantwoordelijk was voor de genocide in Rwanda, Hutu-'s uit het voormalige Rwandese leger en Hutu-vluchtelingen. Zij vochten in 1997 en 1998 samen met het Congolese leger tegen rebellen die door Rwanda gesteund werden.

Bekijk hier de pdf
Top 5 aandelen
-- --
-- --
-- --
-- --
-- --
Top 5 scholieren
-- --
-- --
-- --
-- --
-- --
Top 5 spelers
-- --
-- --
-- --
-- --
-- --

Ook meedoen?
Meedoen is heel simpel.
Meld je aan >

Wat is Markt voor Vrede?
Markt voor Vrede is een aandelenmarkt over vrede en veiligheid in conflictgebieden.
Lees meer >